In het leven van de meesten van ons is de weg van de melk ooit ultrakort geweest. We hoefden maar een keel op te zetten en de druppelende tepel werd ons al in de nog tandenloze mond gestopt. De voldoening was zo totaal dat wij nooit helemaal los zullen komen van het idee dat de wereld draait om de vrouwenborst, of we destijds nu een jongetje of een meisje waren.
Maar zoals het was kon het niet blijven, en al gauw begonnen onze moeders ons met een even zachte als besliste hand van zich af te duwen. Het was onze eerste beweging in de richting van de wereld. Voor onze melkvoorziening werden we afhankelijk van dieren, en daarmee raakte het zicht op de weg van de melk voor een tijd volledig verloren.
Later op school kregen we aan de hand van platen aan de muur uitgelegd hoe de weg ongeveer liep. Eerst werd de melk door de boer uit de koe tevoorschijn gemolken, dan kwam ze via een pijl in de fabriek terecht. Daar ging ze verder langs andere pijlen, door tanks en machines, om te worden afgeroomd, gekarnd, gehomogeniseerd, gepasteuriseerd en zo nog het een en ander. Ten slotte stroomde ze uit in literflessen met zilveren doppen die in ijzeren kratten op vrachtwagens naar de melkboer werden gebracht. Hij was de held van het laatste plaatje en leverde de melk persoonlijk af bij een oergezond gezin, dat hem in de voordeur al stond op te wachten.
Een lange streng van gebeurtenissen, zo leek het toen, maar van nu uit gezien was de weg die de schoolplaten schetsten nog van een ontroerende overzichtelijkheid. Je kon er nog zeker van zijn dat de koe van de melk die jij dronk, graasde in de buurt van je eigen stad, en de melkfabriek stond al niet veel verderop. Alles bij elkaar een cirkel van hooguit tientallen kilometers. Maar met het voortschrijden van de geschiedenis en het uitdijen van de economie zijn de tientallen er honderden en zelfs duizenden geworden. De weg van de melk is inmiddels zo lang dat hij niet meer past op schoolplaten, die dan ook voorgoed uit de klaslokalen zijn verdwenen.
Maar zie, nu heeft de kunst zich op de weg van de melk gestort. Verrassend maar niet vreemd, aangezien de kunst leeft bij het vergroten van haar actieradius, zo vernieuwt ze steeds weer haar blik. Ooit heeft ze een nieuwe kijk op het landschap geïntroduceerd door het te gaan schilderen, dat wil zeggen door het te gaan bekijken door een schilderijlijst, wat toen nieuw was. Maar inmiddels gaat die toenmalige vernieuwing, juist door haar succes, gebukt onder een berg van clichés. Reden voor Esther Polak om het nu, in plaats van met verf, eens met melk te gaan proberen.
Door de weg van de melk in kaart te brengen verbeeldt zij het landschap nogmaals op een nieuwe manier, maar heel anders dan de schilderkunst eeuwen geleden. Op een landschapsschilderij worden de loop van een weg en de bewegingen van de wandelaars door de kunstenaar bepaald, maar Polak laat de weg uitstippelen door de weggebruikers zelf. Bij MILK zijn dat de melkophaler en de tankwagenchauffeur. Zij kunnen door één ruk aan hun stuur bepalen of de kunstkijker de weg linksom dan wel rechtsom ziet buigen. Zo wordt hun jarenlange anonieme arbeid opeens wereldkundig, hun geroutineerde handelingen verdiepen zich en het vervoerde goedje krijgt het gewicht van vloeibaar goud. Iedere stap die ze zetten wordt vanuit de hemel waargenomen door satellieten, vastgelegd op harde schijven en doorgestraald naar beeldschermen overal ter wereld.
Want het aardige is dat de technologische ontwikkelingen die de weg van de melk zo lang en zo onnavolgbaar hebben gemaakt, tegelijk voor de middelen hebben gezorgd om hem weer traceerbaar en aansprekend te laten worden. Het is als met het Global Positioning System, dat in het MILK-project een spilfunctie heeft en ook op twee manieren kan worden bekeken. Als een symbool van de Big Brother-maatschappij, de totale politieke controle, maar ook als een systeem dat de controle juist terugbrengt bij al degenen die hem zijn gaan missen.
En dat menigeen de controle is gaan missen, daar is geen twijfel aan. Het probleem is niet dat er controle bestaat maar dat wij die niet zelf uitoefenen. Om daar verandering in te brengen moeten we willen weten, want kennis is nog altijd de sleutel tot de macht. Kennis van de wereld, die onophoudelijk verandert, en altijd met ingrijpende consequenties.
Toen de productieketen van voedsel langer werd, betekende dat meteen ook een productielijn erbij van conserveermiddelen, anti-oxidanten en emulgatoren. En of we dat nu als schadelijk zien of als onschuldig, we moeten het hoe dan ook willen weten. Want de mens is wat hij eet, zoals de filosofen zeggen. Polak drukt het nog beeldender uit: ‘Vlees eten van de Kiloknaller is meebouwen aan een landschap vol varkensfokkerijen.’
Het leggen van zulke connecties tussen het individuele en het maatschappelijke is typerend voor haar kunst. Ze doet onderzoek dat ten dele op het terrein ligt van wetenschappers, journalisten en juristen, maar dat zij nooit zo zouden uitvoeren en vormgeven. Haar onderzoek is aanzienlijk vrijer, want niet gebonden aan gecodeerde regels. Daarmee ligt ze zowel voor als achter op gebonden onderzoekers, kan ze naïever en wijzer tegelijk zijn. Maar ze is zeker niet minder effectief.
In Esther Polak herkennen we de oude cartograaf die ten tijde van Koning Willem III persoonlijk de straten afpaste met een ketting tussen zijn benen om de maat constant te houden. We herkennen ook de kunstenaar Stanley Brouwn, die in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw een gigantische administratie opbouwde met notaties over zijn eigen voetstappen.
Voortbouwend op die pioniers maakt Polak ons niet alleen bewust van de weg van de melk zoals die loopt tussen Letland en Nederland, maar uiteindelijk ook van het hele traject dat wij zelf afleggen tussen moederborst en doodskist.
|